Verklarende woordenlijst

ABI: Alternatief beleggingsfonds (dat voldoet aan de Europese AIFM-richtlijn)

Duration: De duration van een obligatie stemt overeen met de periode waarna de rentabiliteit niet wordt beïnvloed door renteschommelingen.

Volatiliteit: De volatiliteit meet de omvang van de waardeschommelingen van een actief en dus het risico ervan.

Tracker: Een tracker is een beursgenoteerd fonds dat de prestatie van een index volgt. Het stelt de belegger in staat om het equivalent van de betreffende index aan te houden zonder dat hij alle aandelen moet aankopen die deel uitmaken van die index. 

ETF (exchange-traded fund): beursgenoteerd fonds dat de prestaties van een index, een grondstof, obligaties of een activakorf dupliceert.

Gevoeligheid: De gevoeligheid van een obligatie meet de procentuele waardeverandering die wordt veroorzaakt door een bepaalde rentewijziging. 

Hoogrentend: Het gaat om obligaties die zijn uitgegeven door bedrijven die een ommekeer meemaken of die een geringe financiële basis, d.w.z. een hoge schuldgraad, hebben (LBO's bijvoorbeeld). De financiële rating volgens kredietbeoordelaars is lager dan BBB-. De vergoeding voor die effecten is dus net zoals het risiconiveau zeer hoog. Dat geeft hen een onbetwistbaar speculatief karakter. 

Kredietwaardig: Een kredietwaardige rating van een kredietbeoordelaar komt overeen met een notering van AAA tot BBB- volgens de schaal van Standard & Poor’s. Ze stemmen overeen met een laag risiconiveau. Ze worden ook 'high grade' of 'investment grade' genoemd. Opgemerkt kan worden dat sommige institutionele beleggers door hun statuten verplicht zijn enkel te beleggen in kredietwaardige bedrijven. 

Effectenselectie: Beursstrategie waarbij men binnen een markt probeert de aandelen te vinden die het best presteren. Effectenselectie is gebaseerd op een strategische en financiële analyse van de bedrijven.

Waarden van kleine en middelgrote ondernemingen: aandelen van small- en midcaps en van middelgrote ondernemingen


Top